woensdag 2 december 2009

Enkele sprokkels uit Benin (halfweg)

Halfweg in Bénin

Inmiddels is de reis zowat halverwege. De eerste vermoeidheid begint haar tol te eisen bij de stevige equipe ervaringsreizigers. Sommigen hebben al eens last van typische reisziektes, anderen hebben dan weer te kampen met een infectie op de luchtwegen. Maar één ding hebben ze allemaal flink te pakken: de liefde voor hun gastland Benin. En meer nog voor de Béninois, de inwoners van dit West-Afrikaanse land. Welkom zijn we hier zeker. Als we na ieder bezoek onze eigen lied – deels in hun taal – zingen voelen we dat wij niet de enigen zijn die deugd hebben aan deze visites… We laten onze ervaringsreizigers even aan het woord over een paar van hun prille belevenissen:

Greet: “Ik word vooral geraakt door de warme contacten met vrouwen en kinderen. Een glimlach of een zwaaiende hand lokken bij hen een brede ‘smile’ uit. Een vriendelijk woord en een uitgestoken hand… Reacties die mij meteen een gevoel van verbondenheid geven…”

Luc: “Zo goed als overal worden we ontvangen met zang en dans. Het is hun manier om het verhaal te beginnen. In het schooltje waar alfabetiseringslessen worden gegeven, vertellen volwassenen en kinderen over hun droom. Ik geniet ervan om te horen dat ze die misschien wel kunnen realiseren als ze kunnen lezen, rekenen en schrijven. Of neem de moeders die in hun dorp les krijgen over de samenstelling van gezonde voeding voor hun baby’s… De kindjes worden gewogen en op de voet gevolgd. Bij eventueel gewichtsverlies krijgen de moeders van het straatarme dorp de raad van een animatrice om over te gaan op meer voedzaam eten. Het feit dat Wereldsolidariteit ook zo’n ‘weging’ ondersteunt, geeft mij het gevoel dat we meewerken aan de droom van zo’n pril leven….”

Toon: “Gisteren bezochten we een gehandicaptenorganisatie van MTC (zeg maar: de Afrikaanse KAV-KWB). Het is het bezoek waar ik het meest naar heb uitgekeken, gezien ik studies orthopedagogie volg. We worden onthaald door een groep mensen die in een halfrond op ons zitten te wachten. Later zie ik hen al strompelend en kruipend op stompjes verplaatsen. Eén ding zal ik niet licht vergeten: die ene vrouw in een driewieler… Ze zingt een lied, haar frêle stem vult de ruimte. Ik versta niets van het ‘fon’ – de traditionele taal van deze regio – maar het lied gaat door merg en been. Kippenvel! Het blijkt een lied te zijn dat ze zelf schreef over haar leven. In stukken en brokken begrijp ik dat ze een ongeval heeft gehad en daardoor in een rolstoel terecht kwam. Ik kan me daar wel één en ander bij voorstellen. Als ik denk aan de leefomstandigheden, stel ik mij direct heel wat vragen. Gehandicapt zijn in dit land geeft hier niet direct veel toekomst op een kwaliteitsvol leven… De vrouw vervolgt haar lied over het onrecht dat haar is overkomen. Als ze dan zegt dat het haar lot is en dat ze haar er maar beter bij neerlegt, dan krijg ik een krop in mijn keel en beginnen mijn ogen te glanzen. Tegelijkertijd keek ik naar de groep en zag ik de fierheid van mensen met een handicap omdat ze vandaag blanken mogen ontvangen…
Als ik dan later zie hoe hun basisgroep mensen een beroep aanleren in ateliers - als kapster bijvoorbeeld – dan zie ik dat ‘waardig werk’ ook voor hen een ‘waardige toekomst’ kan betekenen, dan vertrek ik met een warm gevoel. Ons eigen lied ‘l’ amour pour le Bénin’ ondertekent die verbondenheid nog eens op een warme manier… Ik geloof meer en meer in de kracht van mensen samen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten