Donderdag 19 november: bezoek aan ZogbodoméVandaag vertrekken we in 2 groepen richting Zogbodomé (120 km van Cotonou).
Groep 1 gaat direct naar Zogbodomé waar ze de activiteiten van de graanbanken bekijken,
In de namiddag krijgen beide groepen te zien hoe de lokale bevolking vorming krijgt rond voeding. Daarnaast ziet deze groep ook hoe de partnerorganisatie van WS de kindersterfte probeert te verminderen door kinderen te wegen en van nabij op te volgen, een soort Kind en Gezin dus. Ze ontmoeten ook een dorpshoofd en doen een babbeltje met de mensen in die gemeenschap. Overnachting: Bohicon / CEBEDIBA
“Het opstaan verloopt moeizaam. De verdomde borstverkoudheid heeft me te pakken. Ik vervloek nogmaals de combinatie airco en tropische temperaturen in Benin…
We staan klaar om het binnenland in te trekken. Op weg naar de legendarische stad Abomey. De stad van de koningen en hun bloedige geschiedenis.
Na zo’n rit van een twee uren, rijden we de brousse in. Een hobbelig half uurtje later komen we aan in Zogbomodé. Onze busjes zijn op hun duurzaamheid getest en hebben het al bij al aardig doorstaan…
Het ontvangstcomité staat ons al op te wachten. Opnieuw met ronduit spectaculaire zang en dans. Ik krijg kippenvel. Telkens weer, maar nu meer dan voorheen. Want hier voel ik het hart van Afrika. Ook de mannen zingen luidkeels mee, terwijl ze hun borstkas gebruiken als ‘drum’. Adembenemend en uitzinnig… Het valt me op dat je eigenlijk gelijk wel Beninees dorp zou kunnen laten toeren in Europa. Langs de vele ‘wereldfeesten’ zoals dat van ons met ‘de buren’…
Al zingend en scanderend leiden ze ons naar hun dorp. En dat tart alle verbeelding… Een plaats die helemaal lijkt op de prentenboeken uit mijn jeugd. Hier geen tuffende brommers of taximoto’s… De supereenvoudige rode huisjes (hutten eigenlijk) zijn bijzonder basic. Veerle herinnert zich een ‘oertijdkamp’… Magere kippen en dito geitjes cirkelen rond onze benen. Kinderen lachen breed. Het is een vertrouwd beeld geworden in Benin. Maar hier lijkt het al helemaal thuis te horen. Toch zien deze kinderen er iets anders uit. Sommigen hebben letterlijk ‘dikke’ buikjes. En uit de lessen weten we dat zoiets vaak met ondervoeding te maken heeft!
Ontsnapt uit een schilderij van Bosch
Midden in het dorp worden we uitgenodigd om op de eretribune te gaan zitten. We worden voorgesteld aan Remi (onze WS-collega) en Grace van onze partnerorganisatie. Die laatste is een knappe, jonge en gestudeerde Beninese animatrice.
En dan komt de raad van oude wijzen langs. Een echt schilderij van Hieronimus Bosch. On-ver-ge-te-lijk! De ouden hebben echte schone koppen en staren ons aan. Wat een beeld. Jan zegt nogmaals dat we hiervan moeten genieten. Dit kan niemand ons nog afnemen. Eén van de ouden blijkt een hogepriester van de Voodoo te zijn. Hij verwelkomt ons met lange zinnen, die eigenlijk vooral ‘welkom in ons dorp’ willen zeggen. We zijn de eerste blanken die zij te zien krijgen en bovendien ook nog eens yovos, waaraan ze veel te danken hebben…
VoodooHier zitten we trouwens midden in de voodoo-cultuur. Overal ontdekken we kleine tempeltjes. Die hebben echter niets van de ‘grandeur’ van tempels. Het zijn eerder kleine overdekte ruimtes, waarin iets onbestendigs is geofferd. Iemand legt ons uit dat er ‘iets’ begraven ligt onder die tempels. Dat iets maakt het onzichtbare (de geestenwereld) zichtbaar. Later blijkt ook dat de doden begraven worden onder de huizen. Kwestie van de geesten van de overledenen dichtbij huis te houden. Iedere dag wordt er wat voedsel geofferd…
Graanbanken
Terug naar het dorp. Na de nodige plichtplegingen en officiële woorden, krijgen we het dorpshoofd (chef de village) aan het woord. Hij is een jonge, verkozen kerel. Hij spreekt echter geen Frans, enkel ‘fon’. Dat zorgt ervoor dat zowat alles vertaald moet worden naar het Frans en het Nederlands. Jan pakt dat als steeds bijzonder goed aan. Na nog wat ceremoniële dansen, krijgen we nog wat uitleg van een kerel die trots vertelt dat hij de pionier van dit project is. Hij zag het systeem van ‘graanbanken’ in het naburige dorp en introduceerde het hier in Zogbodomé. Dankzij hem leeft dit dorp niet langer in extreme armoede. Sommigen onder ons vinden hem de held van de week. Ikzelf vond hem net iets te opschepperig. Maar goed…
Zijn verhaal smeekt om wat meer uitleg. We staan recht om alles te velde te gaan bekijken. De oude wijzen blijven zitten (om een fles gin te ledigen, zo zou later blijken). Ze beloofden ons nog een voodoo-zegening voor onze families, maar die zouden we niet meer te zien krijgen. Jammer…
Echt indrukwekkend kan je de graanbanken op het eerste zicht niet noemen. Een soort silo’s, samengehouden door riet, zodat de muizen het graan niet kunnen opvreten. Het systeem is echter vernuftig en toont ons aan dat hierdoor ‘voedselveiligheid’ kan worden verzekerd. Want inderdaad: hier is het hele jaar voorzien in (gezonde) voeding, geen voor de hand liggend fenomeen. Hoe werken ze hier (voor meer technische info verwijs ik naar het inhoudelijk dagboek): via kleine kredieten worden granen aangekocht en gestockeerd. Als de eigen oogst meevalt, worden die aangekochte granen op de markt doorverkocht. Maar als die minder is en er is een tekort aan voeding, dan worden ze door het dorp zelf geconsumeerd. Zo wordt de demon van de honger bestreden. Als de granen verkocht zijn, is er een stuk inkomen (en kunnen kredieten ook beetje bij beetje terugbetaald worden). Een eenvoudig, maar zeer doeltreffende werkwijze. Ze blijkt echter helemaal nog niet overal verspreid te zijn. Voor veel dorpen is voedseltekort nog een regelmatig terugkerend fenomeen….
Ik sta toch wat te kijken. Hier in dit stukje Afrika is voedsel nog een belangrijk item. Via graanbanken zorgen voor ‘voedselveiligheid’ is de eerste noodzakelijke stap. Ik kon me zelf niet echt meer een maatschappij voorstellen die zo micro-economisch moet denken…
Een ‘weging in Zogbodomé’
Maar er gebeurt meer in het dorp. Eigen aan heel wat projecten die de partners van Wereldsolidariteit opzetten is dat ze beginnen met ‘iets klein’ maar uitdeinen naar een veel groter geheel. Zo wordt er ook aan alfabetisering gedaan. Het grootste deel van de bevolking in de dorpen kan noch lezen, noch schrijven. Hier krijgen ze lessen in het ‘fon’, de taal waarin ze moeten communiceren. Bijvoorbeeld als ze iets op de markt willen kopen of verkopen.
En dan is er ook de ‘weging’. Bij ons bekend van ‘kind en gezin’. Een indrukwekkend moment. De kindjes worden gewogen in een wat vreemde ‘zak’ en een animatrice – die maandelijks langs komt – geeft commentaar. Kindjes die goed zijn bijgekomen krijgen een aanmoediging. Anderen worden toegesproken. Nogal wat kindjes komen niet bij en dat wijst dan weer op ondervoeding of verkeerde voeding…
De jonge mama’s (en papa’s) krijgen nadien nog een hele uitleg over wat een gezonde voeding zoal inhoudt. Ze leren met eenvoudige middelen een gezonde kindermaaltijd samen stellen. Ik lijk wel op een vorming van CM of KAV aanwezig. Al pakken ze het ook hier weer op z’n Afrikaans aan: één van de mama’s zingt luidkeels voor over gezonde voeding en de andere dames zingen na. Indrukwekkend. Een bijzonder kleinood van een moment, want dit is niet alleen educatief, het is ook nog eens artistiek hoogstaand. Ik ga plat! Kunst op zijn Afrikaans. En hier gewoon dichtbij de mensen zelf…
Nadien zonderen wij ons wat af om te eten. Jammer voor een stuk, want het lijkt wel alsof we ons niet willen mengen. Maar ook dat is de realiteit natuurlijk. De broodjes die we krijgen (en warm en niet echt gezond aanvoelen, meegebracht uit Cotonou) staan wellicht in schril contrast met de maaltijd van de gemiddelde inwoner van Zogbodomé… Voor velen misschien zelfs een verre droom.
We bezoeken nadien nog een paar huisjes, krijgen wat technische achtergrondinfo over de graanbanken en de werking. Ik heb een ontmoeting met een hagedis (een gekko) die dreigt verpletterd te worden door de aanwezigen. Het diertje zet ik buiten en het probeert me te bijten (niet moeilijk: zo’n yovo die het probeert op de grond te zetten). Het doet echter geen pijn…
Het einde van een onvergetelijk bezoek
Nadien is er nog een geïmproviseerd boottochtje op een stukje rivier/meer waar vis in gevangen wordt. Grote vissen (sidderalen zegt Toon), die echter niet kunnen dienen om heel het dorp te voeden. Ook zijn er agouti’s gevangen (grote eetbare knaagdieren, een soort muscusratten), maar die krijgen alleen diegenen te zien die niet meevoeren in de prauwen. Het blijft heet en vochtig. Ik zweet als een rund en voel me niet 100 % door de ademhalingsproblemen. Toch is dit tochtje onvergetelijk…
Het einde van dit schitterende, maar ook onthutsende bezoek… We zingen uiteindelijk ons lied als ‘bedanking’ voor wat we te zien kregen. En ook onze manier om ‘bon courage’ te zeggen aan de inwoners. De chef de village is onder de indruk en bedankt ons warm en hartelijk. Het doet raar te weten dat we hier wellicht nooit terug komen…
Wil je geloven dat ik echt uitkijk om de beelden te zien die Ellen maakte van dit dorp??
Koen