woensdag 20 januari 2010

17 gewone Oost-Vlamingen trokken naar West-Afrika

“Het hart van Benin ligt bij de gewone mensen!”

Wat doen 17 gewone Oost-Vlaamse bewegingsvrijwilligers in het onbekende Afrikaanse land Benin? Met welke verhalen kwamen ze terug uit dit straatarme land, waar Voodoo nog steeds de belangrijkste religie is? Afrikaanse partnerorganisaties van Wereldsolidariteit brachten de reizigers naar tropisch hete onherbergzame plaatsen waar ‘normale’ toeristen nooit de weg zouden vinden. Ze maken kennis met een straatarme bevolking die een dagelijkse strijd om te overleven voert.

Maar al snel ontdekken ze ook de andere kant van de Afrikaanse realiteit: die van moedige mensen die niet bij de pakken blijven neerzitten. Die van organisaties die hen op weg helpen naar meer sociale bescherming. Die van mooie, lachende mensen die de bezoekers met gezangen verwelkomen… Het hart van Afrika ligt bij de gewone Afrikanen. Ellen Vermeulen van Victoria Deluxe maakte in opdracht van Wereldsolidariteit een film over deze onthutsende ervaringsreis. Met dank aan DGOS en Provincie Oost-Vlaanderen

Is jouw afdeling op zoek naar dé formule op maat voor een hedendaags zuiders moment in jouw afdeling? Onze ervaringsreizigers kwamen terug met vele kleurrijke verhalen. Zij brengen die op smaak met foto’s, typische voorwerpen en filmfragmenten. Allerhande formules kunnen besproken worden, zodat hun verhaal in jouw activiteit past…

Je kan hen boeken via
koen.browaeys@acw.be (regio Zuid-Oost-Vlaanderen). Tel. 055/23 79 01, Herman.peeters@acw.be (regio Gent-Eeklo). Tel. 09/269 96 69
karien.ongena@acw.be (regio Waas-Dender). Tel. 03/760 13 53
Rijkdom van Benin vind je niet in het materiële,
wel bij de mensen zelf

een kennismaking met het land...

Zeggen dat de naam Benin bij niet veel mensen een belletje doet rinkelen is een understatement. Dit West-Afrikaanse land heeft dan ook niet echt het aura van Kongo of Senegal. Toch zal dit straatarme land het al snel de harten veroveren van bezoekers met een open geest. Dat ondervonden ook de 17 Oost-Vlamingen die het in november 2009 bezochten.

Bloederige geschiedenis en slavernij

Deze voormalige Franse kolonie die vroeger onder de naam Dahomey bekend stond, heeft nochtans een boeiende geschiedenis. Niets op vandaag schetst nog het roemruchte oorlogsverleden van het land. Op vandaag is het één van de rustiger landen in West-Afrika. Wat in het verleden allesbehalve het geval was: berucht waren de wel zeer bloeddorstige koningen van Abomey. Hun drang naar uitbreiding van hun koninkrijk kan je vandaag nog aanvoelen in het schitterend bewaarde paleis van de stad Abomey. Dat de heersers ook een rol speelden in de slavernij is ook niet bepaald een mooi staaltje van menslievendheid. Want als dit land één zwarte bladzijde in de geschiedenis kent, dan is het wel die van de slavenhandel. In de legendarische stad Ouidah vertrokken destijds duizenden slaven richting de ‘Nieuwe Wereld’. Afrikaanse mannen en vrouwen werden op grote schepen overgebracht naar Brazilië, waar hen een ellendig leven wachtte, vaak als arbeider op plantages. Velen overleefden de overtocht niet; de zwaksten haalden niet eens het schip. Vaak verkochten de koningen krijgsgevangenen aan blanke kolonialen in ruil voor interessante spulletjes uit Europa. De ellende van deze tijd is nog voelbaar aanwezig in ‘port de non retour’, de plaats waar slaven voor het laatst Afrika zagen. In Ouidah bezoeken jaarlijks duizenden toeristen dat eindpunt, sommigen kunnen op vandaag nog hun tranen moeilijk bedwingen.

Bakermat van de voodoo-religie

De beruchte animistische religie ‘Voodoo’ vond hier in Benin haar ontstaan. Al dankt deze haar imago vooral aan Hollywood, waar met naalden doorprikte fetisjen een grote rol spelen in klassieke horrorfilms. In Haïti – waar afstammelingen van de vroegere slaven hun religie nog steeds beleven - wordt Voodoo misbruikt om angst bij de bevolking te zaaien. Vroegere dictators Papa en Baby Doc konden er in ieder geval goed weg mee.
Op vandaag heeft voodoo nog heel wat invloed op het dagelijks leven van de gemiddelde Beninees. Kwade krachten – geesten, heksen, tovenaars – bedreigen de levenden. Wil je die op afstand houden, dan is ‘le Voudon’ een probaat middel. Niet dat je daar als bezoeker veel van zal merken. Op de immense markt van Cotonou vind je marktkramen die allerlei lugubere producten verkopen: gedroogde apenkoppen, slangenvellen, kameleons. Vaak hebben ze een medisch doel. Maar wie echt wil aanvoelen waarover het gaat, moet zijn heil zoeken in de honderden dorpen die het land rijk is. In pittoreske plaatsen als Zogodobme raakt de nieuwsgierige bezoeker iets dichter bij de kern van deze mysterieuze religie. Her en der staan kleine tempeltjes verspreid. Onder die tempeltjes zit een fetisj begraven: kleine beeldjes die het ‘onzichtbare zichtbaar maken’. Geesten van overledenen bijvoorbeeld. Die gestorven voorvaders liggen vaak begraven onder de woningen, zodat die dicht bij de familie blijven. Dagelijks een klein beetje voedsel offeren, kan alvast de goede geesten welgezind maken en de oude op afstand houden.

Cotonou, economisch hart

De meeste bezoekers ontvangen hun eerste indrukken in de rommelige economische hoofdstad Cotonou. Op de vraag hoeveel inwoners deze havenstad heeft, krijg je nogal wat uiteenlopende antwoorden: 1 miljoen, 2 miljoen? We kunnen ons wel inbeelden dat het voor velen niet echt overzichtelijk is om hier een cijfer op te plakken. Iedere dag groeit de stad aan met mensen die van het arme platteland op zoek gaan naar een beter leven in de grootstad. Je ziet het aan de wirwar van straatjes waar nieuwe mensen een vorm van woonst hebben gevonden. Op de gigantische markt Dantokpa - de grootste van West-Afrika – vinden velen een plaats waar ze een product aan de man kunnen brengen. Vaak wonen die kramers dan ook letterlijk in hun kraam of in één van de sloppenwijken in de buurt. Waar je in deze stad ook niet kan naast kijken zijn de wel zeer typische auto-moto’s. Taxichauffeurs op een moto brengen mensen van de ene naar de andere plaats. Hun uitlaatgassen zorgen dat het op de drukke plaatsen van de stad vaak behoorlijk ongezond ruikt…
Heel wat rustiger is het op het platteland. Hier vind je beelden die je kan herkennen uit oude kinderboeken. Dorpen waar de tijd stil is blijven staan. Mensen die wonen in typische lemen hutten enz. Maar wie de tijd neemt om wat dieper te graven ontdekt ook dat diezelfde mensen in die dorpen niet bij de pakken neer wensen te zitten en hard aan hun toekomst werken…

Informele sector bloeit

Hoe dan ook: je komt als bezoeker al snel tot de conclusie dat Benin alle kenmerken heeft van een ontwikkelingsland. De armoede is vaak zichtbaar aan de typerende ‘dikke buikjes’ van ondervoede kinderen. Of aan de armzalige woonomstandigheden van de gemiddelde ‘Beninois’. De economie in dit land is vooral afhankelijk van de landbouw, de katoenproductie en de regionale handel. Ze verbouwen maïs, maniok, tam, bonen en rijst. Handel drijven doen ze in katoen, palmolie, aardnoten, pluim- en ander -vee en Veel industrie is er niet te zien. Mensen die niet in landbouw actief zijn werken dan ook het meest in de ‘informele sector’. Ware overlevingseconomieën, waarbij elke vorm van sociale bescherming en zekerheid over een dagelijks inkomen haast onbestaande is. Zowat 41 % van de bevolking werkt informeel. Marktkramers, auto-moto-chauffeurs enz.

161ste op de ontwikkelingsindex

Vergelijkingen met de situatie in ons land geven aan dat we hier te maken hebben met een land waar armoede aan de orde van de dag is. Het land prijkt op de 161ste plaats van de 177 op de ontwikkelingsindex. België op de 17de… Zo’n 8,7 miljoen inwoners wonen op een oppervlakte van 112.620 km² (tegenover 10,4 miljoen op 30.428 km² in België). 89 op de 1000 geboortes lopen slecht af, tegenover 5 op de 1000 bij ons. 39,7 % van de volwassen Beninezen . Mensen worden er gemiddeld 55,8 jaar, terwijl we hier makkelijk 79,1 jaar oud worden.

Meer dan armoede alleen

Maar hoe dan ook: het land heeft heel wat meer te bieden dan armoedebeelden. Het tropische klimaat – warm en vochtig – zorgt voor weelderig groen op het platteland. Hoe meer je noordelijk trekt, hoe weelderiger de fauna en de flora. In het Zuiden moet je vaak tevreden zijn met verschillende soorten hagedissen die zich schijnbaar thuis voelen bij de mensen. Die mensen zijn er mooi en lachen breed als ze de yovo’s (lokale taal voor ‘blanke’) te zien krijgen. Cultuur moet je in dit land trouwens niet gaan zoeken in de culturele centra. Die vind je zowat overal. Waar je als toerist met een open geest ook gaat, je wordt ontvangen met magnifieke samenzangen en op het eerste zicht wat vreemde dansjes. De rijkdom van dit land is dan wel niet te vinden in het materiële, bij de mensen vind je die des te meer…

Koen Browaeys

maandag 11 januari 2010

Trailer Milé Kpo

http://www.youtube.com/watch?v=VEgAkyU519U

donderdag 10 december 2009

Alfabetiseringscursus

Ik heb op youtube een filmpje geplaatst van ons bezoek aan de alfabetiseringscursus (MTC):
http://www.youtube.com/watch?v=czWJDmM1IpM
Het is een nog ruwe montage.

en

Een fragment uit een interview met Evelyne (eentje dat mij doet rechtspringen met de vuist omhoog)!
http://www.youtube.com/watch?v=EfX2ufcXtc0

Tot morgen
Ellen
Correspondentie
naar aanleiding van 3 december, internationale dag voor personen met een handicap, kreeg ik een berichtje van Christophe Michozonso (voorzitter van de MTC). Als ik het goed begrepen heb, dan was er een manifestatie voor de rechten van PmH in Benin, en die zou goed verlopen zijn. Christophe zegt dat ons bezoek aan het alfabetiseringsproject in Cotonou en aan de basisgroep van PmH in Abomey, voor hen allen onvergetelijk is. Hij doet ons hartelijke groeten.

't Is maar dat je het weet.

Annemie

vrijdag 4 december 2009

Schitterend lied-Zogbodomé

Eentje om te starten: het schitterend lied gezongen door de groep vrouwen in Zogbodomé.
Binnenkort mét beeld én vertaling!
http://www.youtube.com/watch?v=harakYKjvKw
Enjoy
Ellen

woensdag 2 december 2009

Midden in het hart van Benin!

Donderdag 19 november: bezoek aan Zogbodomé

Vandaag vertrekken we in 2 groepen richting Zogbodomé (120 km van Cotonou).
Groep 1 gaat direct naar Zogbodomé waar ze de activiteiten van de graanbanken bekijken,
In de namiddag krijgen beide groepen te zien hoe de lokale bevolking vorming krijgt rond voeding. Daarnaast ziet deze groep ook hoe de partnerorganisatie van WS de kindersterfte probeert te verminderen door kinderen te wegen en van nabij op te volgen, een soort Kind en Gezin dus. Ze ontmoeten ook een dorpshoofd en doen een babbeltje met de mensen in die gemeenschap. Overnachting: Bohicon / CEBEDIBA

“Het opstaan verloopt moeizaam. De verdomde borstverkoudheid heeft me te pakken. Ik vervloek nogmaals de combinatie airco en tropische temperaturen in Benin…
We staan klaar om het binnenland in te trekken. Op weg naar de legendarische stad Abomey. De stad van de koningen en hun bloedige geschiedenis.
Na zo’n rit van een twee uren, rijden we de brousse in. Een hobbelig half uurtje later komen we aan in Zogbomodé. Onze busjes zijn op hun duurzaamheid getest en hebben het al bij al aardig doorstaan…

Het ontvangstcomité staat ons al op te wachten. Opnieuw met ronduit spectaculaire zang en dans. Ik krijg kippenvel. Telkens weer, maar nu meer dan voorheen. Want hier voel ik het hart van Afrika. Ook de mannen zingen luidkeels mee, terwijl ze hun borstkas gebruiken als ‘drum’. Adembenemend en uitzinnig… Het valt me op dat je eigenlijk gelijk wel Beninees dorp zou kunnen laten toeren in Europa. Langs de vele ‘wereldfeesten’ zoals dat van ons met ‘de buren’…

Al zingend en scanderend leiden ze ons naar hun dorp. En dat tart alle verbeelding… Een plaats die helemaal lijkt op de prentenboeken uit mijn jeugd. Hier geen tuffende brommers of taximoto’s… De supereenvoudige rode huisjes (hutten eigenlijk) zijn bijzonder basic. Veerle herinnert zich een ‘oertijdkamp’… Magere kippen en dito geitjes cirkelen rond onze benen. Kinderen lachen breed. Het is een vertrouwd beeld geworden in Benin. Maar hier lijkt het al helemaal thuis te horen. Toch zien deze kinderen er iets anders uit. Sommigen hebben letterlijk ‘dikke’ buikjes. En uit de lessen weten we dat zoiets vaak met ondervoeding te maken heeft!

Ontsnapt uit een schilderij van Bosch

Midden in het dorp worden we uitgenodigd om op de eretribune te gaan zitten. We worden voorgesteld aan Remi (onze WS-collega) en Grace van onze partnerorganisatie. Die laatste is een knappe, jonge en gestudeerde Beninese animatrice.

En dan komt de raad van oude wijzen langs. Een echt schilderij van Hieronimus Bosch. On-ver-ge-te-lijk! De ouden hebben echte schone koppen en staren ons aan. Wat een beeld. Jan zegt nogmaals dat we hiervan moeten genieten. Dit kan niemand ons nog afnemen. Eén van de ouden blijkt een hogepriester van de Voodoo te zijn. Hij verwelkomt ons met lange zinnen, die eigenlijk vooral ‘welkom in ons dorp’ willen zeggen. We zijn de eerste blanken die zij te zien krijgen en bovendien ook nog eens yovos, waaraan ze veel te danken hebben…

Voodoo

Hier zitten we trouwens midden in de voodoo-cultuur. Overal ontdekken we kleine tempeltjes. Die hebben echter niets van de ‘grandeur’ van tempels. Het zijn eerder kleine overdekte ruimtes, waarin iets onbestendigs is geofferd. Iemand legt ons uit dat er ‘iets’ begraven ligt onder die tempels. Dat iets maakt het onzichtbare (de geestenwereld) zichtbaar. Later blijkt ook dat de doden begraven worden onder de huizen. Kwestie van de geesten van de overledenen dichtbij huis te houden. Iedere dag wordt er wat voedsel geofferd…

Graanbanken

Terug naar het dorp. Na de nodige plichtplegingen en officiële woorden, krijgen we het dorpshoofd (chef de village) aan het woord. Hij is een jonge, verkozen kerel. Hij spreekt echter geen Frans, enkel ‘fon’. Dat zorgt ervoor dat zowat alles vertaald moet worden naar het Frans en het Nederlands. Jan pakt dat als steeds bijzonder goed aan. Na nog wat ceremoniële dansen, krijgen we nog wat uitleg van een kerel die trots vertelt dat hij de pionier van dit project is. Hij zag het systeem van ‘graanbanken’ in het naburige dorp en introduceerde het hier in Zogbodomé. Dankzij hem leeft dit dorp niet langer in extreme armoede. Sommigen onder ons vinden hem de held van de week. Ikzelf vond hem net iets te opschepperig. Maar goed…

Zijn verhaal smeekt om wat meer uitleg. We staan recht om alles te velde te gaan bekijken. De oude wijzen blijven zitten (om een fles gin te ledigen, zo zou later blijken). Ze beloofden ons nog een voodoo-zegening voor onze families, maar die zouden we niet meer te zien krijgen. Jammer…

Echt indrukwekkend kan je de graanbanken op het eerste zicht niet noemen. Een soort silo’s, samengehouden door riet, zodat de muizen het graan niet kunnen opvreten. Het systeem is echter vernuftig en toont ons aan dat hierdoor ‘voedselveiligheid’ kan worden verzekerd. Want inderdaad: hier is het hele jaar voorzien in (gezonde) voeding, geen voor de hand liggend fenomeen. Hoe werken ze hier (voor meer technische info verwijs ik naar het inhoudelijk dagboek): via kleine kredieten worden granen aangekocht en gestockeerd. Als de eigen oogst meevalt, worden die aangekochte granen op de markt doorverkocht. Maar als die minder is en er is een tekort aan voeding, dan worden ze door het dorp zelf geconsumeerd. Zo wordt de demon van de honger bestreden. Als de granen verkocht zijn, is er een stuk inkomen (en kunnen kredieten ook beetje bij beetje terugbetaald worden). Een eenvoudig, maar zeer doeltreffende werkwijze. Ze blijkt echter helemaal nog niet overal verspreid te zijn. Voor veel dorpen is voedseltekort nog een regelmatig terugkerend fenomeen….

Ik sta toch wat te kijken. Hier in dit stukje Afrika is voedsel nog een belangrijk item. Via graanbanken zorgen voor ‘voedselveiligheid’ is de eerste noodzakelijke stap. Ik kon me zelf niet echt meer een maatschappij voorstellen die zo micro-economisch moet denken…

Een ‘weging in Zogbodomé’

Maar er gebeurt meer in het dorp. Eigen aan heel wat projecten die de partners van Wereldsolidariteit opzetten is dat ze beginnen met ‘iets klein’ maar uitdeinen naar een veel groter geheel. Zo wordt er ook aan alfabetisering gedaan. Het grootste deel van de bevolking in de dorpen kan noch lezen, noch schrijven. Hier krijgen ze lessen in het ‘fon’, de taal waarin ze moeten communiceren. Bijvoorbeeld als ze iets op de markt willen kopen of verkopen.
En dan is er ook de ‘weging’. Bij ons bekend van ‘kind en gezin’. Een indrukwekkend moment. De kindjes worden gewogen in een wat vreemde ‘zak’ en een animatrice – die maandelijks langs komt – geeft commentaar. Kindjes die goed zijn bijgekomen krijgen een aanmoediging. Anderen worden toegesproken. Nogal wat kindjes komen niet bij en dat wijst dan weer op ondervoeding of verkeerde voeding…
De jonge mama’s (en papa’s) krijgen nadien nog een hele uitleg over wat een gezonde voeding zoal inhoudt. Ze leren met eenvoudige middelen een gezonde kindermaaltijd samen stellen. Ik lijk wel op een vorming van CM of KAV aanwezig. Al pakken ze het ook hier weer op z’n Afrikaans aan: één van de mama’s zingt luidkeels voor over gezonde voeding en de andere dames zingen na. Indrukwekkend. Een bijzonder kleinood van een moment, want dit is niet alleen educatief, het is ook nog eens artistiek hoogstaand. Ik ga plat! Kunst op zijn Afrikaans. En hier gewoon dichtbij de mensen zelf…

Nadien zonderen wij ons wat af om te eten. Jammer voor een stuk, want het lijkt wel alsof we ons niet willen mengen. Maar ook dat is de realiteit natuurlijk. De broodjes die we krijgen (en warm en niet echt gezond aanvoelen, meegebracht uit Cotonou) staan wellicht in schril contrast met de maaltijd van de gemiddelde inwoner van Zogbodomé… Voor velen misschien zelfs een verre droom.

We bezoeken nadien nog een paar huisjes, krijgen wat technische achtergrondinfo over de graanbanken en de werking. Ik heb een ontmoeting met een hagedis (een gekko) die dreigt verpletterd te worden door de aanwezigen. Het diertje zet ik buiten en het probeert me te bijten (niet moeilijk: zo’n yovo die het probeert op de grond te zetten). Het doet echter geen pijn…

Het einde van een onvergetelijk bezoek

Nadien is er nog een geïmproviseerd boottochtje op een stukje rivier/meer waar vis in gevangen wordt. Grote vissen (sidderalen zegt Toon), die echter niet kunnen dienen om heel het dorp te voeden. Ook zijn er agouti’s gevangen (grote eetbare knaagdieren, een soort muscusratten), maar die krijgen alleen diegenen te zien die niet meevoeren in de prauwen. Het blijft heet en vochtig. Ik zweet als een rund en voel me niet 100 % door de ademhalingsproblemen. Toch is dit tochtje onvergetelijk…

Het einde van dit schitterende, maar ook onthutsende bezoek… We zingen uiteindelijk ons lied als ‘bedanking’ voor wat we te zien kregen. En ook onze manier om ‘bon courage’ te zeggen aan de inwoners. De chef de village is onder de indruk en bedankt ons warm en hartelijk. Het doet raar te weten dat we hier wellicht nooit terug komen…

Wil je geloven dat ik echt uitkijk om de beelden te zien die Ellen maakte van dit dorp??

Koen